
Rodekoolsap verraadt wat zuur is
Paarse strepen worden roze van azijn en blauw tot groen van baking soda of zeep. Een zuur-base-indicator: de eerste stap naar de pH-schaal.
Game Tailors
Bron: Leerzame app voor kinderen? Wat ze leren van Professor Oops
De teken-app waarin het papier echt is. Geen reclame. Geen accounts. Geen persoonsgegevens: alleen anonieme tellingen, en die kun je uitzetten.
Game Tailors · Schieweg 15Y-40, 2627 AN Delft (NL)
KvK 92437702 · VAT NL866044474B01
info@gametailors.com · +31 6 4227 5919
© 2026 Game Tailors
Voor ouders en leerkrachten
Twee dingen tegelijk. Al spelend ontdekken kinderen echte wetenschap: rodekoolsap wordt roze van azijn, baking soda gaat bruisen, zwarte inkt valt op nat papier uiteen in kleuren. En omdat het spel geen enkel doel stelt, bedenken ze hun eigen doel, proberen ze dingen uit en proberen ze het opnieuw.

Professor Oops is een teken- en verfapp voor kinderen van ongeveer 4 tot 10 jaar waarin het papier doet wat echt papier doet: verf loopt uit, ketchup spat, tekeningen gaan de oven en de vriezer in, en er gebeuren echte keukenproefjes op het scherm.
Er zitten geen lessen, levels of toetsjes in, en we beloven geen betere cijfers. Wat we wel kunnen laten zien: wat een kind er echt doet, en wat het onderweg ontdekt. Dat zijn twee helften: de wetenschap waar ze vanzelf tegenaan lopen, en het spelen zelf, dat geen ander doel heeft dan het doel dat ze zelf kiezen.
Helft één: wetenschap
Elk materiaal volgt de regels van het echte, dus wat een kind op het scherm ontdekt, klopt ook in de keuken. Zes ontdekkingen die steeds terugkomen:

Paarse strepen worden roze van azijn en blauw tot groen van baking soda of zeep. Een zuur-base-indicator: de eerste stap naar de pH-schaal.

Druppel azijn op een hoopje baking soda en het schuimt op, stroomt weg als lava en raakt gaandeweg op. Citroen kan het ook: elk zuur doet het.

Een druppel water op een stip zwarte stift trekt door het papier en droogt op tot een blauwe rand, een roze band en een geel hart. Dat heet papierchromatografie.

Raak melk aan met afwasmiddel en de kleurstof schiet ervandaan: de zeep verlaagt de oppervlaktespanning en het oppervlak stroomt weg.

Laat eten drie dagen liggen en er groeit schimmel op, maar niet op het kale papier. Zout houdt het weg, azijn maakt het dood.

Geheimschrift van citroensap verdwijnt als het droogt en komt bruin terug onder het strijkijzer. De suiker erin verandert door de warmte, en dat gaat nooit meer terug.
Smelten en stollen. Chocolade smelt onder het strijkijzer en wordt weer hard, ijs bevriest in de vriezer opnieuw keihard, en een ei in de oven stolt voorgoed.
Olie en water. Olie drijft als een goudgeel laagje op water. Roer je het door een eidooier, dan wordt het mayonaise die blijft staan.
Zaadjes hebben water nodig. Chiazaad op nat papier komt op; op droog papier wacht het gewoon af.
Geluid is trillen. De luidspreker laat het vel trillen, en zout verzamelt zich op de lijnen die stil blijven liggen.
Mieren volgen een spoor. Laat iets zoets liggen en de mieren komen erop af. Over een streep azijn of baking soda lopen ze niet.
Veiligheid, zonder het gevaar. Vuur, en bleekwater met azijn, gebeuren alleen op het scherm, en het spel vertelt erbij waarom je dat nooit echt probeert.

In het spel wordt vooraf niets uitgelegd. Een kind giet, druppelt en wacht, ziet wat er gebeurt, en verandert dan één ding: nat papier of droog, één druppel zeep of vijf, wel zout of geen zout. Zo werkt wetenschap ook: je iets afvragen, gokken, proberen en nog eens kijken.
En dan komt de mooiste vraag: zou dat echt zo gaan? Van elk proefje staat een echte versie op deze site, met wat je nodig hebt en waar je op moet letten. Het antwoord test je dus gewoon aan de keukentafel.
Helft twee: vrij spel
Er zijn geen levels, scores, timers, sterren of foute antwoorden. Een kind pakt een vel en bepaalt zelf waar het vandaag voor is: een schatkaart, een vulkaan, een portret van de kat, of kijken wat er gebeurt als alles de oven in gaat. Die vrijheid is geen gat in het ontwerp. Het ís het ontwerp.
We wijzen je liever op onderzoek dan dat we zelf grote beloftes doen. Drie studies die het kennen waard zijn:
Spelen is geen bijzaak. Zo zegt de Amerikaanse vereniging van kinderartsen (American Academy of Pediatrics) het in haar rapport The Power of Play (Yogman e.a., Pediatrics, 2018): spelen bouwt de vaardigheden op waarmee kinderen plannen, zich concentreren en een doel nastreven. Het rapport vraagt kinderartsen om spelen aan te raden.
Voordoen kan beperken wat ze ontdekken. In een experiment met kleuters (Bonawitz e.a., Cognition, 2011) bleven kinderen aan wie één ding van een nieuw speeltje was uitgelegd vooral bij dat ene ding. Kinderen aan wie niets was uitgelegd, probeerden meer uit en ontdekten meer van wat het speeltje kon.
Ontdekken werkt het best met een beetje hulp. Een overzicht van 164 studies (Alfieri e.a., Journal of Educational Psychology, 2011) liet zien dat ontdekken helemaal op eigen houtje minder opleverde dan gewone uitleg, maar dat ontdekken mét wat begeleiding (vragen, feedback, het kind zelf laten uitleggen) beter werkte dan andere manieren van lesgeven. En daar kom jij in beeld.

Spelen gaat prima zonder jou. Wil je er meer uithalen, dan is dit alles wat ervoor nodig is:
Laat ze het plan vertellen. Misschien verandert het drie keer, en dat is prima.
‘Wat denk je dat er gebeurt als…?’ Vóórdat de azijn erop gaat, niet erna.
Na de verrassing: ‘Hoe zou dat komen, denk je?’ Elk antwoord is een goed begin; op de proefjespagina's staat het echte.
Kies één proefje en doe het samen in de keuken. Vergelijk daarna: wat was hetzelfde, wat was anders?
Praat over wat ze deden en probeerden, niet over of het ‘goed’ is geworden.
Een cursus met lessen en levels
Een quiz, toets of score
Een belofte van betere cijfers
Een vervanging van echte verf, echt papier en echte proefjes
Een vel papier waarop echte dingen gebeuren
Echte wetenschap die ze zelf ontdekken
Een plek om je eigen plan te maken, waar mislukken niet bestaat
Een opstapje naar het echte werk: elk proefje heeft een versie voor je eigen keuken
Voor leerkrachten
Op het digibord voorspelt de klas eerst wat er gebeurt en kijkt mee, daarna doen jullie het proefje echt. Op de pagina voor leerkrachten zie je hoe de proefjes aansluiten bij de kerndoelen natuur en techniek en de Vlaamse minimumdoelen wetenschap en techniek, met lesideeën van 30 tot 45 minuten. Ook digitale geletterdheid komt aan bod: maken in plaats van scrollen.
Het is een teken- en verfapp waarin echte wetenschap gebeurt. Er zitten geen lessen, toetsjes of scores in: kinderen ontdekken dingen door te spelen, en op de proefjespagina's lezen jullie samen het waarom.
De materialen volgen de echte regels: rodekoolsap verkleurt volgens de echte pH-kaart, en een zwarte stift valt uiteen in banden zoals echte uitwasbare stift dat doet. Waar het spel iets vereenvoudigt, staat dat op de proefjespagina's: planten in het spel hebben bijvoorbeeld wel water nodig, maar geen licht.
Vaak wel. Kliederen is hoe jonge kinderen ontdekken wat dingen doen: wat dun is of dik, wat intrekt, wat verandert in de oven. En soms is het gewoon leuk. Dat mag ook.
Kinderen kunnen prima alleen spelen. Af en toe een vraag van jou (‘wat denk je dat er gebeurt?’) en één proefje samen in het echt halen er het meeste uit.
Voor kinderen van ongeveer 4 tot 10 jaar. De jongsten genieten van de spetters, de oven en de vriezer; oudere kinderen halen meer uit de proefjes en het waarom erachter.