Professor Oops

Leerzame app voor kinderen? Wat ze leren van Professor Oops

Voor ouders en leerkrachten

Ja, ze leren ervan: echte wetenschap, en zelf een plan maken

Twee dingen tegelijk. Al spelend ontdekken kinderen echte wetenschap: rodekoolsap wordt roze van azijn, baking soda gaat bruisen, zwarte inkt valt op nat papier uiteen in kleuren. En omdat het spel geen enkel doel stelt, bedenken ze hun eigen doel, proberen ze dingen uit en proberen ze het opnieuw.

  • Geen doelen, geen scores
  • Echte keukenproefjes
  • Elk proefje kan ook echt
Geschilderde illustratie: drie kinderen en de schilder aan een tafel in de klas, met rodekoolsap in roze, paarse en groene glazen en een vergrootglas.

Geen cursus en geen quiz: een vel papier waarop echte dingen gebeuren

Professor Oops is een teken- en verfapp voor kinderen van ongeveer 4 tot 10 jaar waarin het papier doet wat echt papier doet: verf loopt uit, ketchup spat, tekeningen gaan de oven en de vriezer in, en er gebeuren echte keukenproefjes op het scherm.

Er zitten geen lessen, levels of toetsjes in, en we beloven geen betere cijfers. Wat we wel kunnen laten zien: wat een kind er echt doet, en wat het onderweg ontdekt. Dat zijn twee helften: de wetenschap waar ze vanzelf tegenaan lopen, en het spelen zelf, dat geen ander doel heeft dan het doel dat ze zelf kiezen.

Helft één: wetenschap

Al kliederend ontdekken ze hoe de wereld werkt

Elk materiaal volgt de regels van het echte, dus wat een kind op het scherm ontdekt, klopt ook in de keuken. Zes ontdekkingen die steeds terugkomen:

Geschilderde illustratie: de schilder schenkt paars rodekoolsap in een rij glazen die van roze via paars en blauw naar groen kleuren, met een citroen en baking soda.

Rodekoolsap verraadt wat zuur is

Paarse strepen worden roze van azijn en blauw tot groen van baking soda of zeep. Een zuur-base-indicator: de eerste stap naar de pH-schaal.

Geschilderde illustratie: de schilder giet rode azijn op een hoopje baking soda op een dienblad, dat opbruist tot roze schuim.

Azijn op baking soda gaat bruisen

Druppel azijn op een hoopje baking soda en het schuimt op, stroomt weg als lava en raakt gaandeweg op. Citroen kan het ook: elk zuur doet het.

Geschilderde illustratie: papierstroken en een koffiefilter staan in glazen water, en zwarte stiftstippen zijn uitgelopen in blauwe, roze en gele banden; de schilder kijkt toe.

Zwarte inkt is een mengsel van kleuren

Een druppel water op een stip zwarte stift trekt door het papier en droogt op tot een blauwe rand, een roze band en een geel hart. Dat heet papierchromatografie.

Geschilderde illustratie: de schilder raakt een schaaltje melk aan met een wattenstaafje met zeep, en rode, blauwe, gele en groene kleurstof kolkt naar buiten.

Afwasmiddel laat melk dansen

Raak melk aan met afwasmiddel en de kleurstof schiet ervandaan: de zeep verlaagt de oppervlaktespanning en het oppervlak stroomt weg.

Geschilderde illustratie: de schilder wijst naar een goudbruin hart en een ster die na het strijken op het papier verschenen zijn, met een strijkijzer, een halve citroen en een wattenstaafje.

Warmte verandert sommige dingen voorgoed

Geheimschrift van citroensap verdwijnt als het droogt en komt bruin terug onder het strijkijzer. De suiker erin verandert door de warmte, en dat gaat nooit meer terug.

En nog veel meer, zonder dat er een les aan te pas komt

  • Smelten en stollen. Chocolade smelt onder het strijkijzer en wordt weer hard, ijs bevriest in de vriezer opnieuw keihard, en een ei in de oven stolt voorgoed.

  • Olie en water. Olie drijft als een goudgeel laagje op water. Roer je het door een eidooier, dan wordt het mayonaise die blijft staan.

  • Zaadjes hebben water nodig. Chiazaad op nat papier komt op; op droog papier wacht het gewoon af.

  • Geluid is trillen. De luidspreker laat het vel trillen, en zout verzamelt zich op de lijnen die stil blijven liggen.

  • Mieren volgen een spoor. Laat iets zoets liggen en de mieren komen erop af. Over een streep azijn of baking soda lopen ze niet.

  • Veiligheid, zonder het gevaar. Vuur, en bleekwater met azijn, gebeuren alleen op het scherm, en het spel vertelt erbij waarom je dat nooit echt probeert.

Geschilderde illustratie: de schilder zit gehurkt bij een oven en kijkt hoe een waskrijttekening erin goudbruin roostert, met een ijsblokjesvorm en een citroen.

Niemand legt eerst iets uit. Ze proberen, kijken en vragen zich af waarom

In het spel wordt vooraf niets uitgelegd. Een kind giet, druppelt en wacht, ziet wat er gebeurt, en verandert dan één ding: nat papier of droog, één druppel zeep of vijf, wel zout of geen zout. Zo werkt wetenschap ook: je iets afvragen, gokken, proberen en nog eens kijken.

En dan komt de mooiste vraag: zou dat echt zo gaan? Van elk proefje staat een echte versie op deze site, met wat je nodig hebt en waar je op moet letten. Het antwoord test je dus gewoon aan de keukentafel.

Helft twee: vrij spel

Het spel stelt geen enkel doel. Dus kiezen ze er zelf een

Er zijn geen levels, scores, timers, sterren of foute antwoorden. Een kind pakt een vel en bepaalt zelf waar het vandaag voor is: een schatkaart, een vulkaan, een portret van de kat, of kijken wat er gebeurt als alles de oven in gaat. Die vrijheid is geen gat in het ontwerp. Het ís het ontwerp.

Hun eigen plan

Een plan bedenken, het halverwege omgooien en het afmaken (of niet): het is helemaal van hen. Niemand geeft er een cijfer voor.

Mislukken bestaat niet

Een tekening die ‘misgaat’ wordt gewoon een nieuwe tekening. Ongedaan maken zet de laatste stappen terug, en een nieuw vel is één tik verderop.

Nog een keer, en nog een keer

Niets jaagt ze op. Ze kunnen tien keer dezelfde klodder laten vallen om te zien of het weer gebeurt. Dat is precies wat testen is.

Het op hun eigen manier zeggen

Het is in de eerste plaats een verfapp: waterverf die uitloopt op nat papier, waskrijt, stift, ketchup. Wat ze maken is van hen, en ze kunnen het bewaren in Mijn tekeningen.

Oorzaak en gevolg

Al het gereedschap werkt op hetzelfde papier, dus alles kan alles tegenkomen. ‘Wat gebeurt er als ik de waterverf in de vriezer leg?’ heeft altijd een antwoord.

Samen

Twee kinderen kunnen tegelijk op één tablet verven. Ze delen het gereedschap dat gekozen is, dus ze moeten het eens worden over een plan.

Waarom vrij spel de moeite waard is: wat onderzoek zegt

We wijzen je liever op onderzoek dan dat we zelf grote beloftes doen. Drie studies die het kennen waard zijn:

  • Spelen is geen bijzaak. Zo zegt de Amerikaanse vereniging van kinderartsen (American Academy of Pediatrics) het in haar rapport The Power of Play (Yogman e.a., Pediatrics, 2018): spelen bouwt de vaardigheden op waarmee kinderen plannen, zich concentreren en een doel nastreven. Het rapport vraagt kinderartsen om spelen aan te raden.

  • Voordoen kan beperken wat ze ontdekken. In een experiment met kleuters (Bonawitz e.a., Cognition, 2011) bleven kinderen aan wie één ding van een nieuw speeltje was uitgelegd vooral bij dat ene ding. Kinderen aan wie niets was uitgelegd, probeerden meer uit en ontdekten meer van wat het speeltje kon.

  • Ontdekken werkt het best met een beetje hulp. Een overzicht van 164 studies (Alfieri e.a., Journal of Educational Psychology, 2011) liet zien dat ontdekken helemaal op eigen houtje minder opleverde dan gewone uitleg, maar dat ontdekken mét wat begeleiding (vragen, feedback, het kind zelf laten uitleggen) beter werkte dan andere manieren van lesgeven. En daar kom jij in beeld.

Geschilderde illustratie: de schilder schildert met zijn vingers op een groot vel vol handafdrukken, verfspatten, een kronkel tandpasta, glitter en een gebroken ei.

Wat jij toevoegt in vijf minuten: vragen, geen antwoorden

Spelen gaat prima zonder jou. Wil je er meer uithalen, dan is dit alles wat ervoor nodig is:

  1. Vraag wat ze maken

    Laat ze het plan vertellen. Misschien verandert het drie keer, en dat is prima.

  2. Laat ze eerst gokken

    ‘Wat denk je dat er gebeurt als…?’ Vóórdat de azijn erop gaat, niet erna.

  3. Vraag waarom

    Na de verrassing: ‘Hoe zou dat komen, denk je?’ Elk antwoord is een goed begin; op de proefjespagina's staat het echte.

  4. Doe er één echt

    Kies één proefje en doe het samen in de keuken. Vergelijk daarna: wat was hetzelfde, wat was anders?

  5. Bewonder, verbeter niet

    Praat over wat ze deden en probeerden, niet over of het ‘goed’ is geworden.

Wat het is, en wat het niet is

Wat het niet is

  • Een cursus met lessen en levels

  • Een quiz, toets of score

  • Een belofte van betere cijfers

  • Een vervanging van echte verf, echt papier en echte proefjes

Wat het wel is

  • Een vel papier waarop echte dingen gebeuren

  • Echte wetenschap die ze zelf ontdekken

  • Een plek om je eigen plan te maken, waar mislukken niet bestaat

  • Een opstapje naar het echte werk: elk proefje heeft een versie voor je eigen keuken

Voor leerkrachten

In de klas: eerst samen voorspellen en kijken, dan echt doen

Op het digibord voorspelt de klas eerst wat er gebeurt en kijkt mee, daarna doen jullie het proefje echt. Op de pagina voor leerkrachten zie je hoe de proefjes aansluiten bij de kerndoelen natuur en techniek en de Vlaamse minimumdoelen wetenschap en techniek, met lesideeën van 30 tot 45 minuten. Ook digitale geletterdheid komt aan bod: maken in plaats van scrollen.

Vragen van ouders en leerkrachten

Is Professor Oops een leerzame app?

Het is een teken- en verfapp waarin echte wetenschap gebeurt. Er zitten geen lessen, toetsjes of scores in: kinderen ontdekken dingen door te spelen, en op de proefjespagina's lezen jullie samen het waarom.

Klopt de wetenschap in het spel wel?

De materialen volgen de echte regels: rodekoolsap verkleurt volgens de echte pH-kaart, en een zwarte stift valt uiteen in banden zoals echte uitwasbare stift dat doet. Waar het spel iets vereenvoudigt, staat dat op de proefjespagina's: planten in het spel hebben bijvoorbeeld wel water nodig, maar geen licht.

Mijn kind spuit alleen maar ketchup en zet alles in de oven. Leert het daar ook iets van?

Vaak wel. Kliederen is hoe jonge kinderen ontdekken wat dingen doen: wat dun is of dik, wat intrekt, wat verandert in de oven. En soms is het gewoon leuk. Dat mag ook.

Moet ik meespelen?

Kinderen kunnen prima alleen spelen. Af en toe een vraag van jou (‘wat denk je dat er gebeurt?’) en één proefje samen in het echt halen er het meeste uit.

Voor welke leeftijd is het?

Voor kinderen van ongeveer 4 tot 10 jaar. De jongsten genieten van de spetters, de oven en de vriezer; oudere kinderen halen meer uit de proefjes en het waarom erachter.

Laat ze het zelf ontdekken

Gratis beginnen in de browser, zonder account. Open een vel en kijk wat ze ermee doen.

  • Geen reclame
  • Geen account
  • Geen doelen